Ill de France kruislingen geven meer bespriering

Op zaterdag 2 november jl. hield het NFS (Nederlands Flevolander Stamboek) haar jaarlijkse ledenvergadering in Foxwolde op 10 km. van de stad Groningen. Een lange reis voor sommige leden, maar het doel was ook om de Flevolander kruislingen te zien  van  de Ile de France-rammen die door enkele fokkers zijn ingezet.

Naast de gebruikelijke ”jaaragenda  onderwerpen” hebben we ook afscheid genomen van  twee bestuursleden die zich  niet meer herkiesbaar stellen. Onder dankzegging voor de bewezen diensten als secretaris en penningmeester, stoppen zij met hun bestuurstaken. Gelukkig zijn er ook weer twee nieuwe bestuursleden benoemd.

Voorts is de registratie van de Ill de France rammen aan de orde. Deze kan op de gebruikelijke manier, zoals die gehanteerd wordt voor de Flevolander. Dat is dus, een bedrijfsnummer, een letter en een 5 cijferig werknummer. Daarnaast  wordt het internationale bekende twaalfcijferige  ULN gebruikt.

Voor de kruislinglammeren van de nu bij het stamboek bekende Ile de France-rammen, worden, op grond van de bekende afstammingsgegevens de letters P en Q  gebuikt. Ook wordt aangegeven voor welk percentage deze dieren Flevolander zijn. Ooi- en ramlammeren met 87,5% Flevolander bloed worden als volbloed geregistreerd. Kruisling dieren met minder Flevolanderbloed worden als registerdieren ingeschreven. Registerrammen mogen niet als dekram worden ingeschreven.

De rammenring; sinds 2002 zijn we als NFS met een rammenring actief om 10 verschillende rammenlijnen in stand te houden. Zo willen we  inteelt beperken en steeds  beschikken over kwaliteitsrammen, voor zowel de leden van de rammenring, als voor de andere  Flevolander fokbedrijven.

Voor de periode 1-1-2020 tot 1-7-2022 is een concept voor het fokken en ruilen van rammen opgesteld en toegezonden aan de vier  deelnemende bedrijven. Uitbreiding  van de rammenring met een aantal fokbedrijven is wenselijk voor de toekomst.

Tijdens de vergadering blijkt ook dat er duidelijk interesse is voor eventuele deelname aan het project wormresistentie van NSFO.

Tenslotte; de kruislinglammeren van de Ill de France rammen hebben we gezien. Achtergrond van het verhaal is dat de bevleesdheid van de Flevolander wat beter zou mogen zijn. Naast selectie in de bestaande populatie, kun je bijvoorbeeld denken aan kruisen  met Ile de France. Immers de uitgangsrassen waren indertijd het relatief kleine, maar wel zeer vruchtbare Fins landras en Ile de France. Nu blijkt, wat je dan ook kunt verwachten, dat de kruislinglammeren inderdaad iets beter bespierd zijn.

De vraag blijft vooralsnog in hoeverre kruislingen  beter of evengoed zijn dan de Flevolander in andere kenmerken. Denk bijvoorbeeld aan eigenschappen als vruchtbaarheid, groei, 8 maanden cyclus. De tijd zal het leren.

Zie voor dit artikel ook: het Schaap, december 2019.

Joop Driesen